candidate.card.title

candidate.card.description

Je rechten Diensten - pc 200 (APCB)

01/01/2024 | FR / NL
Wat is een paritair comité?
Arbeidsovereenkomst
Loon
Functie
Barema’s
Arbeidsduur
Jaarlijkse vakantie
Feestdagen en zondagswerk
Klein verlet
Ziekte of ongeval
Tijdskrediet en thematische verloven
Deeltijds werk
SWT: stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag
Recht op opleiding
Outplacement
Indexering
Verplaatsingskosten

In België is de arbeidsmarkt onderverdeeld in “sectoren”: scheikunde, metaal, banken, grootwarenhuizen, apotheken, ... Deze verdeling is gebaseerd op de bedrijfsactiviteiten. Om de werking van de sectoren te verzekeren, beschikt elke sector over zijn eigen overlegorgaan, het zogenaamd “paritair comité”.

Een paritair comité is een overlegorgaan waarbinnen de vertegenwoordigers van werkgevers en vakbonden, na onderhandeling, de minimale loon- en arbeidsvoorwaarden vastleggen in wetteksten. Dit zijn de “collectieve arbeidsovereenkomsten”. Deze cao’s gelden voor alle bedienden van een bepaalde sector.

Het zijn akkoorden die de werkgevers en werknemers van een bepaalde sector moeten uitvoeren en naleven. Deze akkoorden kunnen verschillen naargelang van de sector. Elke sector heeft zijn eigen benaming en nummer.

Pc 200 is het aanvullend paritair comité van de bedienden (APCB). Ongeveer een kwart van de bedrijven van de privésector en van de bedienden van België bevinden zich in pc 200. Dit maakt hiervan het grootste en meest diverse pc van het land!

Om je rechten te kunnen doen naleven, moet je ze natuurlijk eerst kennen! Hierna vind je een samenvatting per thema van de belangrijkste collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) voor de sector van pc 200 bovenop de algemene wetgeving die je in de brochure "Je Rechten op zak” terugvindt.

Een arbeidsovereenkomst is een contract waarbij een persoon zich ertoe verbindt om tegen loon en onder gezag van een andere persoon arbeid te verrichten.

Er bestaan verschillende types in functie van het uit te voeren werk (arbeidsovereenkomst voor arbeiders, bedienden, vervangingscontract, handelsvertegenwoordigers, enz.) of naargelang van de duur van de overeenkomst (arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, bepaalde duur, voor een welomschreven werk). Raadpleeg voor de algemene regelgeving de brochure “Je Rechten op Zak”.

Pc 200 voorziet geen specifieke regeling inzake arbeidsovereenkomsten. Voor meer informatie kan je altijd terecht bij je BBTK-afgevaardigde of bij je BBTK-afdeling.

Je loon wordt bepaald door je functie en door de barema’s van je sector. Een onderneming heeft echter de mogelijkheid om eigen barema’s toe te passen. Deze bedrijfsbarema’s moeten hoger liggen dan de sectorbarema’s.

In het APCB bestaan 4 klassen waarin 69 referentiefuncties zijn ondergebracht.

In 2010 werd een analytische functieclassificatie ingevoerd. De zeer volledige omschrijving van deze 69 functies vind je terug in de BBTK-brochure Focus “Sectorale functieclassificatie pc 218”. Neem contact op met je BBTK-afdeling om deze brochure te verkrijgen. De werkgever is verplicht je mee te delen tot welke klasse jouw functie behoort.

De sectorbarema’s zijn gebaseerd op de beroepservaring.

Je baremieke verhoging hangt af van je reële en gelijkgestelde ervaring. Deze verhoging wordt doorgevoerd na de maand waarin je naar het hogere ervaringsjaar gaat en daarna vervolgens om de 12 maanden.

De reële ervaring is je werkervaring ongeacht je statuut (als werknemer, zelfstandige of ambtenaar), ongeacht je soort contract (onbepaalde duur, bepaalde duur, uitzendcontract, studentencontract, enz.) en ongeacht je arbeidstijd (voltijds/deeltijds). 

Op basis van het laatste sectorakkoord 2023-24 worden de jongerenbarema's (onder 21 jaar) vanaf 1 januari 2024 afgeschaft. Dit betekent dat het criterium ‘leeftijd’ geen degressief effect meer heeft op je loon. Er bestaan wel nog steeds specifieke barema’s voor studenten jonger dan 21 jaar.

De gelijkgestelde ervaring zijn de periodes die meetellen in je ervaring, maar waarbij geen feitelijke arbeidsprestatie werd geleverd. Afwezigheden wegens arbeidsongeval en beroepsziekte, klein verlet, profylactisch verlof, crisismaatregelen, enz. worden volledig gelijkgesteld. Andere periodes worden deels gelijkgeschakeld: afwezigheden wegens ziekte (maximum 3 jaar), voltijds tijdskrediet in thematisch verlof (maximum 3 jaar), voltijds tijdskrediet zonder thematische reden (maximum 1 jaar), werkloosheid (wanneer je minder dan 15 jaar beroepservaring hebt is dit maximum 1 jaar; als je meer dan 15 jaar beroepservaring hebt is dit maximum 2 jaar).

Om je beroepservaring te bewijzen, dien je bij je indiensttreding de nodige documenten (loonbrieven, documenten van de Rijksdienst voor Pensioenen, RVA of mondelinge informatie) aan je nieuwe werkgever voor te leggen. Als deze een aantal periodes betwist, is het aan hem om dit te staven met de nodige bewijzen!

In pc 200 bedraagt de arbeidsduur 38 uur per week. Er zijn evenwel verschillende afwijkende sectorale regelingen mogelijk.

Via de kleine flexibiliteit mag de dagelijkse arbeidsduur maximum 1 uur en de wekelijkse arbeidsduur maximum 5 uur langer zijn dan de arbeidsduur voorzien in het normale uurrooster. Op jaarbasis moet de onderneming echter de gemiddelde arbeidsduur van 38 uur per week respecteren!

De grote flexibiliteit voorziet een arbeidsregime van 10 uur per dag op 4 dagen (tewerkstelling op zondag is dan slechts toegelaten in bepaalde gevallen) of een arbeidsregime van 12 uur op 3 dagen (in dit stelsel is tewerkstelling op zondag onbegrensd mogelijk).

Alvorens de werkgever mag overgaan tot de invoering van deze arbeidsregimes, dient hij de ondernemingsraad/syndicale afvaardiging of bij ontstentenis de bedienden de nodige informatie te geven. Indien de werkgever nog andere afwijkende arbeidsregimes wil invoeren, kan dit enkel na overleg op ondernemingsvlak en mits goedkeuring van het paritair comité.

Pc 200 heeft geen gunstiger stelsel rond jaarlijkse vakantie of anciënniteitsverlof dan wat voorzien is in de algemene regelgeving. Er kunnen evenwel specifieke regelingen voor jouw bedrijf bestaan. Voor meer informatie kan je altijd terecht bij je BBTK-afgevaardigde of bij je BBTK-afdeling.

In elke onderneming van de sector van het APCB mag gedurende 6 zon- of feestdagen per kalenderjaar personeel tewerkgesteld worden. Binnen deze grenzen mag elke bediende op maximaal 6 zon- of feestdagen per jaar werken, dit binnen in de onderneming geldende afspraken en bij gebrek hieraan op vrijwillige basis. Een tewerkstelling op zondag binnen het kader van deze regeling geeft enkel recht op inhaalrust gelijk aan 50% van de arbeidstijd gepresteerd op zondag.

Voor bepaalde omstandigheden in je privéleven (familiale gebeurtenissen – overlijden, huwelijk, geboorte – of burgerlijke verplichtingen) heb je het recht om afwezig te zijn van het werk met behoud van loon. Dat is het zogenaamde “klein verlet” of “omstandigheidsverlof”.

Je vindt de volledige lijst met de dagen klein verlet op de website van de BBTK www.bbtk.org of in “Je Rechten op Zak”.

In pc 200 heb je bovendien recht op een extra dag bovenop wat de wet voorziet als je trouwt (in totaal 3 dagen).

Bedienden mogen afwezig zijn van het werk om dringende familiale redenen. Deze afwezigheden geven evenwel geen recht op loon.

Pc 200 voorziet geen specifieke regeling inzake ziekte of ongeval.

Raadpleeg “Je Rechten op Zak” of de website van de BBTK (www.bbtk.org). Voor meer info kan je altijd terecht bij je BBTK-afgevaardigde of bij je BBTK-afdeling.

Tijdskrediet is een stelsel waarmee werknemers hun loopbaan tijdelijk kunnen onderbreken of verminderen.

De laatste regeringen hebben sterk gesnoeid in de reglementering ter zake (strengere toegangsvoorwaarden, aanzienlijke inperking van het recht op uitkeringen en gevolgen voor de sociale-zekerheidsrechten). Toch zijn de vakbonden erin geslaagd op interprofessioneel vlak nog mogelijkheden te voorzien voor werknemers om hun loopbaan tijdelijk te onderbreken of te verminderen.

In pc 200 zijn wij erin geslaagd om deze mogelijkheden ook maximaal waar te maken voor alle bedienden.

Tijdskrediet met motief:

  • zorgen voor een kind tot de leeftijd van 8 jaar;
  • palliatieve zorgen;
  • zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid;
  • zorgen voor een gehandicapt kind tot 21 jaar;

... werd nu opgetrokken tot 51 maanden als je 5 jaar anciënniteit hebt in het bedrijf. Voor het volgen van een opleiding ligt dit recht vast op 36 maanden. De sector-cao voorziet het recht om voltijds, halftijds of 1/5de tijdskrediet op te nemen.

Het laatste sectorakkoord heeft dit recht verlengd tot 30 juni 2025.

Voor de landingsbanen, d.w.z. tijdskrediet voor oudere werknemers, heeft de sector het akkoord over een afwijkende leeftijd ook verlengd tot 30 juni 2025. De werknemer kan immers zijn prestaties verminderen tot 4/5de en tot halftijds vanaf 55 jaar, op voorwaarde dat hij voldoet aan de criteria van 35 jaar loopbaan, een zwaar beroep of 20 jaar nachtwerk en minstens 2 jaar anciënniteit in het bedrijf.

Voor de 1/5de loopbaanonderbreking vanaf 55 jaar krijgt de werknemer trouwens een extra premie van het sociaal fonds, bovenop het 4/5de loon en de RVA-uitkering. Het bedrag ervan zal op 1 januari 2024 € 87,32/maand bedragen. Deze uitkering wordt elk jaar geïndexeerd op 1 januari.

Je kan het aanvraagformulier downloaden op de site van het sociaal fonds: www.sfonds200.be. Het sociaal fonds zal de aanvraag nakijken en je binnen de maand schriftelijk laten weten of je al dan niet recht hebt op de aanvullende vergoeding.

Deeltijds werk is werk dat regelmatig wordt uitgevoerd tijdens een kortere periode dan de arbeidsduur van voltijdse werknemers.

Er bestaan specifieke regels inzake deeltijds werk voor werknemers in rijscholen. Voor deeltijdse en occasionele werknemers van rijscholen (theorie- en/of praktijkinstructeur en administratief personeel) kan een wekelijkse arbeidsduur worden vastgelegd van minder dan één derde van de arbeidsduur van de voltijdse werknemers. De hierboven vermelde werknemers moeten tewerkgesteld zijn met een contract van onbepaalde duur dat bovendien een gemiddelde wekelijkse prestatie van minstens 6 uur voorziet. Dit betekent dat ze in een flexibele werkregeling met een variabel uurrooster mogen werken!

Ook in deze reglementering hebben de opeenvolgende regeringen de laatste jaren serieus gesnoeid. Maar ook hier zijn nog mogelijkheden om beneden de gangbare leeftijd van SWT (62 jaar) vroeger te vertrekken mits een aantal voorwaarden.

Zo zal het voor pc 200 nog tot 30 juni 2025 mogelijk zijn om op 60 jaar met SWT te vertrekken voor de personen die aan volgende voorwaarden voldoen:

  • 33 jaar loopbaan waarvan 20 jaar nachtwerk of zwaar beroep (minstens 5 jaar tijdens de laatste 10 kalenderjaren vóór het einde van de arbeidsovereenkomst, of minstens 7 jaar tijdens de laatste 15 kalenderjaren) en minstens 10 jaar anciënniteit in het bedrijf;
  • ofwel 35 jaar loopbaan in een zwaar beroep;
  • ofwel een lange loopbaan van 40 jaar en 10 jaar anciënniteit in het bedrijf.

De akkoorden over de vrijstelling van aangepaste beschikbaarheid werden verlengd tot 31 december 2026. D.w.z. als je 62 jaar bent of 42 jaar loopbaan hebt, hoef je onder andere niet ingeschreven te staan als werkzoekende.

In het kader van het laatste sectorakkoord werden extra rechten op opleiding tijdens de werkuren voorzien, en dit afhankelijk van het aantal werknemers in het bedrijf.

Voor bedrijven met meer dan 20 werknemers is het individuele recht op opleiding voor een voltijdse bediende vastgelegd op minstens:

  • 3 dagen per kalenderjaar voor 2024-2025
  • 4 dagen per kalenderjaar voor 2026-2027
  • 5 dagen per kalenderjaar vanaf 1 januari 2028

Voor bedrijven met 10-20 werknemers gemiddeld 4,5 dagen collectieve opleiding over 2 jaar per VTE voor 2024-2025, waaronder gemiddeld één dag individuele opleiding per jaar voor een voltijdse bediende.

Voor bedrijven met minder dan 10 werknemers hebben de werknemers iedere twee jaar recht op gemiddeld 4 dagen per VTE, waaronder gemiddeld één dag individuele opleiding per jaar voor een voltijdse bediende.

Meer info over de manier van toekennen van die dagen vind je bij je BBTK-afvaardiging of je BBTK-afdeling.

De bedoeling van outplacement is dat de ontslagen werknemer begeleid wordt door een specialist zodat hij binnen een zo kort mogelijke termijn opnieuw aan de slag kan bij een andere werkgever of als zelfstandige.

Voor bedrijven van pc 200 is de outplacementopdracht toevertrouwd aan CEVORA (opleidingscentrum paritair beheerd door sociale partners), dat hiervoor samenwerkt met gespecialiseerde outplacementkantoren. Pc 200 is de eerste sector die outplacement collectief heeft geregeld. Voor de bediende is outplacement gratis (wordt deels door de werkgever gefinancierd) behalve wanneer de bediende ontslagen wordt met een opzeggingsvergoeding van minstens 30 weken.

Ingeval van individueel ontslag, als je opzegtermijn minstens 30 weken bedraagt en je moet je opzegtermijn presteren, dan heb je recht op 60 uur outplacement over 12 maanden die je tijdens je sollicitatieverlof moet opnemen.

Als je daarentegen je opzegtermijn uitbetaald krijgt, heb je ook recht op 60 uur outplacement maar die worden naargelang van je jaarloon anders verdeeld tussen collectieve en individuele begeleiding. In dit geval moet de werkgever voor outplacement betalen aan het sociaal fonds (1/12de van het jaarloon met een minimum van € 1.800 en een maximum van € 5.500) en moet ook de bediende betalen (4 weken verbrekingsvergoeding worden door de werkgever ingehouden).

Als je opzegtermijn minder dan 30 weken bedraagt, is er een onderscheid naargelang je tussen 35 en 45 jaar oud of ouder dan 45 jaar bent:

  • ben je tussen 35 en 45 jaar, dan heb je recht op 40 uur outplacement over een periode van 6 maanden;
  • ben je ouder dan 45 jaar, dan heb je recht op 60 uur outplacement over een periode van 12 maanden.

Ingeval van collectief ontslag heb je recht op 30 uur groepsoutplacement gedurende een periode van 3 maanden als je jonger dan 45 jaar bent, en op 60 uur groepsoutplacement gedurende een periode van 6 maanden als je 45 jaar of ouder bent.

Een bediende die ontslagen werd om dringende reden heeft in geen enkel geval recht op outplacement.

In pc 200 wordt het loon elk jaar geïndexeerd in januari. Op die manier volgen de lonen de stijging van de prijzen. Begin 2024 werden de lonen met 1,48% (11,08% in 2023) geïndexeerd. Deze indexering gebeurde op basis van de evolutie van het gezondheidsindexcijfer gedurende het jaar 2023.

Voor de werknemers van het APCB bedraagt de terugbetaling van de kosten voor treinabonnementen 80%. In veel bedrijven heeft de werkgever een overeenkomst afgesloten met de NMBS, de zogenaamde derdebetalersregeling, zodat de resterende 20% betaald wordt door de overheid.

Voor kosten van ander openbaar vervoer dan de trein wordt de terugbetaling berekend volgens een vast rooster dat niet boven 75% van de reële vervoersprijs ligt.

Wanneer de werknemer gebruik maakt van een eigen vervoermiddel, wordt een deel van de kosten ook terugbetaald door de werkgever voor de bedienden waarvan het bruto jaarloon niet méér bedraagt dan € 29.680.

Vanaf 1 juli 2024 werd de fietsvergoeding verhoogd tot € 0,27/km voor verplaatsingen tot 40 km per dag (heen en terug).